De Raytheon MIM-23 Hawk is een luchtdoelafweersysteem van Amerikaanse makelij en werd gebruikt om vanaf de grond snelvliegende luchtdoelen te bestrijden. Het systeem behoort tot de klasse van de zogenaamde SAM-raketten (Surface-to-Air Missile).

Van 1963 tot 1994 heeft men HAWK-eenheden gestationeerd in de NAVO-verdedigingsgordel die zich uitstrekte van Noorwegen-Zweden, over Duitsland en Italië tot Turkije. Het HAWK-systeem werd voornamelijk gebruikt tegen luchtdoelen op de lagere hoogten. Het diende als aanvulling op de Nike Hercules die doelen op grote hoogte konden bereiken. Na de stopzetting van de Nike Hercules in 1988 fungeerde HAWK nog enkele jaren naast het Patriot wapensysteem. In 2004 werd het HAWK-systeem in België Nederland verlaten.

Zover kan worden nagegaan, hebben Europese HAWK-eenheden nooit een raket tijdens een oorlogstoestand afgevuurd. Traditioneel oefenden men het afvuren op het eiland Kreta, waar een NAVO-oefengebied was gevestigd.

Bij de Nederlandse strijdkrachten maakte het HAWK-wapen deel uit van de Koninklijke Luchtmacht en werden ingedeeld in een zogenoemde Groep Geleide Wapens (afgekort tot GGW).

In Nedersaksen werden drie GW-groepen gestationeerd:

3 GGW te Blomberg met 4 squadrons:

  • 324 Squadron te Laatzen
  • 326 Squadron te Velmerstot; tussen 1987-1990 op de site van het Belgische 43A-HAWK bataljon te Willebadessen; in 1990 overgeschakeld op Patriot
  • 327 Squadron te Dörentrup-Schwelentrup; op 1 juli 1975 verplaatst naar Rinteln-Goldbeck; in 1988 vervangen door vijf Patriot-lauchers.
  • 328 Squadron te Schwalenberg

4 GGW te Hessisch Oldendorf met eveneens 4 squadrons (4 GGW is op 1 juli 1975 opgeheven):

  • 420 Squadron te Barsinghausen, (gedeactiveerd 1 juli 1970, opheffing 1 juli 1975)
  • 421 Squadron te Bad Münder vanaf 1 december 1972 Barsinghausen, op 1 juli 1975 opgeheven
  • 422 Sqn te Rinteln-Goldbeck. Op 1 juli 1975 fuseerde 422 Squadron met 327 Squadron samen tot het nieuwe 327 Squadron met als basis eveneens Goldbeck
  • 423 Squadron te Büddenstedt-Reinsdorf; Op 1 juli 1975 hernoemd tot 503 Squadron en ingedeeld bij 5 GGW

5 GGW te Stolzenau met 4 squadrons:

  • 500 Squadron te Borstel (nabij Linsburg)
  • 501 Squadron te Winzlar
  • 502 Squadron te Hoysinghausen; in 1988 vervangen door vijf Patriot-lauchers.
  • 503 Sqn gepland te Steyerberg, maar werd vervangen door site van 423 Squadron te Reinsdorf; in 1988 vervangen door vijf Patriot-lauchers.

Na bezuinigingen op defensie werd 4 GGW in 1975 opgeheven en het materiaal verdeeld over de Nederlandse vliegvelden ten behoeve van vliegveldverdediging naast het Bofors 40L70 luchtdoelgeschut en de Stinger MANPAD. Het geheel werd aangestuurd vanuit het Flycatcher radarsysteem.

Samenstelling van een HAWK-eenheid

De vuurleiding van een HAWK-bataljon gebeurt vanuit het Batallion Operations Centre (BOC) dat verantwoordelijk is voor zijn eigen luchtverdedigingssector.

Aan het BOC (uitgerust met een langeafstandsradar en vuurcoordinatiecentrum) zijn drie of vier circa 10 à 20 km rondom verspreid opgestelde afvuurbatterijen gekoppeld.

Een batterij bestaat uit de componenten:

  • Vuurleiding:
  • Een BCC (Battery Control Centre)
  • Een PAR (Pulse Acquisition Radar): voor het opsporen van luchtdoelen op lange afstand (tot 125 km).
  • Een CWAR (Continous Wave Acquisition Radar): voor het opsporen van luchtdoelen op lage hoogte en voor het bepalen van hun snelheid.
  • Twee HPIR (High-Power Illumination Radar): een nauwkeurige hoogvermogen radar die richtinformatie verzorgt aan de vuurleiding.
  • Een ROR (Range Only Radar): radar die de verwijdering van een luchtdoel bepaalt en die alleen gebruikt wordt bij storing door vijandelijke tegenmaatregelen (ECM: electronic counter measures).
  • Opsporingsradars: PAR en CWAR
  • Doelvolgradars: HPIR en ROR

Elke HPIR radar stuurt 3 launchers aan, die elk voorzien zijn van drie HAWK-raketten.

Een raket (missile) heeft een bereik van maximaal 15 kilometer hoogte en 35 kilometer reikwijdte. Tijdens de vlucht blijft de raket met behulp van een ingebouwde radar het doel volgen. Als de raket het doel mist, defragmenteert de bommantel bij de explosie, zodat toch nog schade aan het gemiste doel kan worden aangebracht.

Daarnaast zijn bij de eenheid diverse logistieke onderdelen toegevoegd zoals transport, generatoren ter voorziening van de benodigde krachtstroom voor de eenheid en onderhoud om de eenheid in een oorlogssituatie geheel self-supporting te maken. De militairen van een eenheid worden ingezet voor de rondomverdediging, communicatie en logistiek.

Geschiedenis

In 1953 gaf de US Army een ontwikkelingsopdracht af voor een systeem ter verdediging tegen snelvliegende vliegtuigen op lage  tot grote hoogte.

Het jaar erop kreeg de firma Raytheon de opdracht. De eerste vlucht van de raket vond al plaats in 1955. Het systeem werd Hawk genoemd, maar pas later werd daar de betekenis Homing All the Way Killer aan verbonden. Het eerste scherpe schot met de raket vond plaats op 22 juni 1956. De serieproductie begon in 1958.

De eerste versie van de raket, type MIM-23 A had een bereik van 25 km en kon een maximale hoogte van 13.700 meter halen. Het 584 kg wegende projectiel kwam tot een maximum snelheid van 650 m/s. De raket was 5,08 m. lang met een doorsnee van 38 cm en een spanwijdte van 1,19 meter. De warhead woog 54 kg en veroorzaakte 1.700 scherven.

Diverse verbeteringen volgden, maar de belangrijkste vond plaats tussen februari 1975 en oktober 1978. In dit EHIP genoemde programma werden de prestaties van het systeem enorm verbeterd en sindsdien heette het Ímproved Hawk’. De raket heette van toen af MIM-23 B. Zijn bereik lag nu op 40 km en de maximale hoogte op 17.700 meter. De maximum snelheid werd opgevoerd naar 900 m/s. De afmetingen bleven gelijk, maar het gewicht steeg naar 635 kg. De nieuwe warhead woog toen 75 kg en veroorzaakte 16.000 scherven.

De Hawk Battery kon van toen af in twee halve batteries worden verdeeld. De ene, de ‘Battery Minus’ gebruikte de Battery Control Centre (BCC), de Information Coordination Central (ICC), de Pulse Acquisition Radar (PAR) en de Range Only Radar (ROR), de HPIR en drie launchers.

De andere helft gebruikte de Platoon Command Post (PCP) en de Contineous Wave Acquisition Radar (CWAR), de High Power Illumination Radar (HPIR) en drie launchers. Deze halve battery heette de ‘Assault Fire Unit’.

In 1981 werd het programma HAWK-PIP uitgevoerd, voornamelijk als omschakeling van analoge naar digitale techniek.

Written on november 1st, 2010

3e Groep Geleide Wapens Blomberg